Homepage. Dagboek. In de Media. Doel. Voedsel. Energie. Water. Dieren. Kruiden. Bloemen. Schoon Rijden. Onderhoud. Sport Spel. Zelf ervaren. Foto,s. Contact.

The Green Lagoon

Zelfvoorzienend wonen met behoud van comfort, “leven zoals het ooit bedoeld is”.  


Een vogelrijke tuin inrichten?


De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat de mens vogels helpt bij het vinden van nestruimte. Wat is er nu leuker dan jonge vogeltjes, die geboren zijn in een nestkastje in de tuin, te zien uitvliegen?

Vogels geven de tuin iets extra’s. Ze zijn kleurrijk en levendig en brengen gezelligheid bij ons in de tuin. Ze

horen bij onze eigen leefomgeving.


Hoeveel vogels er in de tuin zingen, broeden en eten hangt voor een groot deel van jezelf af. Zodra de winter overgaat in de lente wordt het weer een drukte van jewelste in onze tuinen en parken.

Voor veel vogels betekent dat het begin van het broedseizoen. Ze gaan op zoek naar nestgelegenheid waar ze hun jongen groot kunnen brengen. Maar helaas

is goede natuurlijke huisvesting in dorpen en steden voor vogels steeds moeilijker te vinden. Huizen worden geïsoleerd, gaten en kieren worden gedicht en in de tuinen maken hagen en heggen plaats voor houten schuttingen en struiken en bomen worden vervangen door bestrating.


Voor de vogels betekent dit huisvestingsnood. Maar gelukkig kunnen we daar wat aan doen. Door een goede nestkast te plaatsen wordt de kans groot dat de vogels tijdens het broed seizoen in de tuin blijven en de nodige luizen, vliegen en ander ongedierte uit de tuin halen. Dat is weer voedsel voor hun jongen.


Niet alle vogels broeden in bomen en struiken:

Veel vogels nestelen van nature niet tussen takken of in struiken. Zij maken gebruik van holtes in oude bomen of nissen in gebouwen. Dat noemen we holenbroeders.


Sommige vogels, zoals spechten, hakken

zelf een holte uit in bomen. Maar veel

soorten, zoals mezen en vliegenvangers, zijn afhankelijk van "gevonden" holtes

Deze holtes zijn vooral te vinden in oude en dode bomen. Gelukkig blijven die tegenwoordig veel vaker staan in bossen en houtwallen. Door de moderne bouwmethoden, is er in de bebouwde omgeving helaas vaak een tekort

aan holtes en nissen. Niet iedereen heeft grote bomen en struiken in de tuin.


In de tuin:

Voordat een nestkast wordt ophangen is het belangrijk te weten welke vogels er in de tuin of directe omgeving voorkomen. Het is natuurlijk zonde om een nestkast op te hangen voor een vogel die zich nooit in de tuin laat zien. Het meeste succes geeft een mezenkast. Over het algemeen komen kool- en pimpelmezen in bijna iedere tuin voor. Hangt er een mezenkast, dan in de kans erg groot dat deze ook in gebruik genomen wordt. In de koolmezenkast

kunnen trouwens ook vogels zoals bonte vliegenvanger en boomklever gaan broeden.


Zelf een nestkast maken?

De planken van de nestkast zouden minimaal één cm dik moeten zijn. Een nestkast moet immers temperatuurschommelingen uit de omgeving opvangen. Dik multiplex voldoet ook prima. Welke kleur aan de buitenkant geschilderd wordt maakt een vogel niet zoveel uit. Als de nestkast van binnen maar niet wordt geschilderd. Daar hebben vogels een hekel aan.

Nestkasten moeten stevig aan een boom of muur verankerd te zijn en in ieder geval gedurende de broedtijd niet uit elkaar te vallen.


Te krappe nestkasten (grondoppervlak) dwingen de ouders op de jongen te landen, waardoor de eieren of jongen geplet kunnen worden.


Het broedresultaat (aantal uitgevlogen jongen) kan dan verminderen.




Mezenkast

Enkele tips:

Bij het ophangen van nestkasten zijn een paar aandachtspunten. Het is verstandig daar rekening mee te houden.

· De kast kan het best op een hoogte vanaf twee meter worden geplaatst en kies    een rustige plaats.

· Zorg ervoor dat de zon niet de hele dag in het kastje schijnt en dat het niet

  kan inregenen. Richt de opening daarom naar het noordoosten/zuidoosten.

· Houd rekening met de katten; zorg dat ze er niet bij kunnen.

· De aanvliegroute naar de kast moet vrij zijn: er mogen geen takken of bladeren

  voor de vliegopening zitten.

· Hang de kasten niet te dicht bij elkaar.

· Kunstnesten voor gierzwaluw of huiszwaluw of huismus mogen wel naast elkaar

 hangen. Deze vogels zijn typische koloniebroeders.

· Hang de kast liefst vóór maart op, bij voorkeur al in de herfst. Dan kan hij in de   winter als slaapplaats dienen.


Bosrijke omgeving

In een bosrijke omgeving komen vaak meer soorten vogels voor.


Er zijn dan meerdere soorten vogels die gebruik maken van nestkasten.


De koolmees, de pimpelmees, de boomkruiper, de

boomklever, de bonte vliegenvanger, de winterkoning, de grauwe vliegenvanger, de grote bonte specht en misschien zelfs voor de bosuil.



Boomkleverkast

Agrarisch landschap

Ligt de tuin in de buurt van een agrarische landschap, dan zijn nestkasten mogelijk voor de oolmees, de pimpelmees, de zwarte roodstaart, de huismus, de spreeuw, de steenuil, de kerkuil, de torenvalk, de huiszwaluw en de boerenzwaluw. Zowel de kerkuil als de boerenzwaluw broeden in gebouwen, waar ze permanent in en uit kunnen vliegen.


Nieuwbouwwijken

In nieuwbouwwijken komen naast mezen meestal ook mussen voor. Voor mussen zijn speciale nestkasten of broeddakpannen te verkrijgen. Naast mussendakpannen zijn er ook gierzwaluwdakpannen op de markt. Bij deze soort kan het soms enkele jaren duren voordat het nest bewoond raakt.


Vogels die niet in nestkasten broeden

In onze tuinen komen ook vogels voor die niet of zelden in nestkasten broeden, zoals de vink, de heggenmus, de roodborst, de merel, de zanglijster en de groenling. Deze bouwen hun nesten in hagen, heggen, struiken en (naald)bomen


Nestkast voor kool- en pimpelmezen

De diameter van de opening van de nestkast selecteert de soort vogel. Een opening met een diameter van 25 tot 27 mm is het nestkastje hiernaast geschikt voor de kleine mezensoorten zoals de pimpelmees, koolmees en de glanskopmees.


Bij een opening met een diameter van 32 mm is het nestkastje geschikt voor vliegenvangers, boomklevers en de grotere mezensoorten. Bij een opening met een diameter van 34 mm is het nestkastje geschikt voor de meeste mussen zoals de huismus. Bij een opening met een diameter van 45 tot 60 mm is

het nestkastje geschikt voor spreeuwen.


Een vogelrijke tuin inrichten?

Hier enkele tips voor een vogelrijke tuin.


Afmeting invliegopening

Koolmees:               32 mm
Pimpelmees:            28 mm
Kuifmees:                30 mm
Huismus:                 35 mm
Ringmus:                 40 mm
Boomklever:             32 mm
Spreeuw:                 45 mm
Bonte vliegenvanger: 32 mm
Grote bonte specht:   50 mm


Hoge bomen, dichte struiken en bloeiende

planten die insecten lokken. Verschillende

soorten klimmers, schaduwplekken, maar

ook zonnige plekken in de tuin maken een

tuin voor alle vogels een waar

vogelparadijsje.


Met andere woorden, maak zoveel mogelijk variatie in de tuin en ruim niet alles netjes op.

Alle vogels hebben een voorkeur voor

bepaald soort eten. Zo zijn lijsterachtigen

gek op bessen, kersen en ander fruit.



Zaadeters eten graag de zaadjes van planten als distels, kaardebollen en

zonnebloemen. Maar ook zaden van bomen als de els, berk en beukenootjes en eikels. Insecteneters geven de voorkeur aan bloeiende planten die insecten lokken en planten en struiken waarop rupsen leven.

Water is essentieel voor vogels. In een vogeldrinkbak kunnen de vogels water drinken en een waterbad nemen.


Zorg voor voldoende nestgelegenheid In een tuin, stapels snoeihout, rommelige plekjes en dichte struiken kunnen veel vogels zelf wel een plekje vinden om een nestje te maken. En anders nestkasten ophangen in diverse soorten en maten.

Plant dichte of stekelige struiken waar vogels naar toe kunnen vluchten als er gevaar dreigt van katten of roofvogels. Ideaal zijn struiken die in de herfst ook nog besjes krijgen of die tijdens hun bloei insecten aantrekken.


Tijdens de broedperiode kan één paartje

ruim negenduizend rupsen aan de jongen

voeren.


Daarnaast eten de ouders zelf ook

nog eens zo'n hoeveelheid.Wees voorzichtig met het strooien van slakkenkorrels en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ze kunnen de gezondheid van vogels in gevaar brengen.



Als slakken slakkenkorrels hebben gegeten, krijgt bijvoorbeeld de lijster dit gif ook binnen. Laat de vogels het bestrijden van luizen, rupsen en slakken overnemen door ze naar de tuin te lokken.


Tijdens de broedperiode kan één paartje koolmezen ruim negenduizend rupsen aan de jongen voeren. Daarnaast eten de ouders zelf ook nog eens zo'n hoeveelheid.  


Veel vogels zijn holenbroeders. Ze maken gebruik van holtes in oude bomen. Daarom zijn soorten, zoals mezen en vliegenvangers, zijn afhankelijk van "gevonden" holtes. Door de moderne bouwmethoden, is er in de bebouwde omgeving vaak een tekort aan holtes en nissen. Nestkasten is hun alternatief.

Klik hier

voor het zelf

bouwen van

vogel

huisjes en

nestkasten

Klik hier

voor het zelf

bouwen van

vogel

huisjes en

nestkasten

Klik hier

voor het zelf

bouwen van

vogel

huisjes en

nestkasten